Art. 8.4.18 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. Indien geen rechtbank bevoegd is, zijn bevoegd de rechtbank Amsterdam, de rechtbank Oost-Brabant, de rechtbank Overijssel of de rechtbank Rotterdam.

2. Indien een ingewilligd verzoek strekt tot de indiening van een afzonderlijke vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel is tot behandeling van die vordering bevoegd de rechtbank die bevoegd is de zaak te berechten als de vordering samen met de procesinleiding bij haar zou zijn ingediend dan wel de rechtbank in het rechtsgebied waarbinnen voorwerpen aanwezig zijn waarop de maatregel tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden tenuitvoergelegd.

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen