Art. 8.4.16 Wetboek van Strafvordering
1. De inwilliging van een verzoek tot strafvervolging kan, zolang de procesinleiding of de afzonderlijke vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel nog niet is ingediend, worden ingetrokken indien uit het opsporingsonderzoek of anderszins blijkt van omstandigheden die, waren zij bekend geweest ten tijde van de beslissing op het verzoek, tot afwijzing daarvan zouden hebben geleid. De inwilliging wordt in ieder geval ingetrokken indien is gebleken van een van de gronden, genoemd in artikel 8.4.15, eerste lid.
2. De inwilliging van een verzoek tot strafvervolging kan eveneens worden ingetrokken indien de straf of maatregel die bij onherroepelijk vonnis of arrest is opgelegd niet kan worden tenuitvoergelegd.