Art. 8.2.22 Wetboek van Strafvordering
1. Wanneer het onderzoek, dat na de landing van een buitenlands luchtvaartuig in Nederland op grond van artikel 13, vierde lid, van het in artikel 8.2.21, eerste lid, bedoelde verdrag moet worden ingesteld naar hetgeen aan boord van het luchtvaartuig is voorgevallen, betrekking heeft op een feit ten aanzien waarvan de Nederlandse strafwet niet toepasselijk is, wordt het ingesteld overeenkomstig de bepalingen die gelden voor een opsporingsonderzoek met betrekking tot andere misdrijven dan die waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld.
2. De opsporingsambtenaren die het onderzoek verrichten kunnen de voorwerpen in beslag nemen die de gezagvoerder van het buitenlandse luchtvaartuig op grond van artikel 9, derde lid, van het in het eerste lid bedoelde verdrag na de landing overlevert, evenals andere voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan het licht te brengen. Artikel 8.2.13, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.