Art. 8.2.18 Wetboek van Strafvordering
1. De officier van justitie kan, zo nodig door tussenkomst van Onze Minister, de resultaten van de uitvoering van het verzoek om rechtshulp ter beschikking stellen aan de autoriteiten van de verzoekende staat. Indien een klaagschrift als bedoeld in artikel 8.2.26 is ingediend of nog kan worden ingediend, overeenkomstig artikel 2.7.71, eerste lid, beroep is ingesteld of nog kan worden ingesteld dan wel op grond van artikel 8.2.27 verlof van de rechtbank is vereist, vindt de overdracht van de daarop betrekking hebbende resultaten pas plaats nadat onherroepelijk is beslist op het klaagschrift of het beroep of nadat de in artikel 8.2.26, eerste lid, genoemde termijn of de termijn voor de indiening van het beroep ongebruikt is verstreken dan wel nadat het verlof is verleend.
2. Tenzij aannemelijk is dat de rechthebbende op de inbeslaggenomen voorwerpen niet in Nederland verblijf houdt, wordt door de officier van justitie bij de afgifte aan de autoriteiten van de verzoekende staat bedongen, dat de voorwerpen zullen worden teruggezonden zodra daarvan het voor de strafvordering nodige gebruik is gemaakt.
3. Artikel 2.1.18, tweede lid, is niet van toepassing voor zover de desbetreffende gegevens aan de andere staat zijn afgegeven.