Art. 8.2.21 Wetboek van Strafvordering
1. De gezagvoerder van een Nederlands luchtvaartuig kan op grond van artikel 9, eerste lid, van het op 14 september 1963 in Tokio tot stand gekomen Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen (Trb. 1964, 115) iedere inzittende van wie hij redelijkerwijs mag aannemen dat deze aan boord een misdrijf heeft begaan waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld, aan de bevoegde autoriteiten van de staat waar het luchtvaartuig landt overdragen.
2. De officier van justitie kan de gezagvoerder van een Nederlands luchtvaartuig bevelen van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, gebruik te maken.