Art. 8.2.23 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. In gevallen waarin grond bestaat voor het vermoeden, dat de handeling van een inzittende van een luchtvaartuig, naar aanleiding waarvan deze na de landing van het luchtvaartuig in Nederland op grond van artikel 9, eerste lid, van het in artikel 8.2.21, eerste lid, bedoelde verdrag is overgedragen, een overtreding vormt van een strafbepaling die op discriminatie op de in artikel 8.2.10, zesde lid, bedoelde gronden berust, wordt geen onderzoek ingesteld.

2. In gevallen waarin grond bestaat voor het vermoeden dat de in het eerste lid bedoelde handeling een overtreding vormt van een strafbaar feit van politieke aard wordt geen onderzoek ingesteld dan na toestemming van Onze Minister. Die toestemming kan slechts worden gegeven na overleg met de Minister van Buitenlandse Zaken.

Verwijst naar

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen