Art. 8.2.16 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. Voor zover een verdrag daarin voorziet, kan op verzoek van een buitenlandse autoriteit communicatie die op grond van artikel 8.2.13 overeenkomstig artikel 2.8.13 wordt vastgelegd, rechtstreeks worden doorgeleid naar het buitenland. Artikel 8.2.13, tweede lid, tweede zin, is niet van toepassing indien de communicatie betrekking heeft op een gebruiker die zich op Nederlands grondgebied bevindt.

2. Indien de vastgelegde en rechtstreeks doorgeleide communicatie betrekking heeft op een gebruiker die zich op Nederlands grondgebied bevindt, worden aan de doorgeleiding de voorwaarden verbonden, dat de gegevens verkregen door het vastleggen van de communicatie:

a. voor zover deze mededelingen bevatten, gedaan door of aan een persoon die zich op grond van de artikelen 1.6.7 en 1.6.8 zou kunnen verschonen indien hij als getuige naar de inhoud van die mededelingen zou worden gevraagd, niet mogen worden gebruikt en dienen te worden vernietigd; en

b. alleen mogen worden gebruikt voor het strafrechtelijk onderzoek in het kader waarvan het rechtshulpverzoek is gedaan en dat voor het gebruik voor enig ander doel voorafgaand toestemming dient te worden gevraagd en te zijn verkregen.

Verwijst naar

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen