Art. 8.2.14 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. Indien het verzoek om rechtshulp strekt tot het gezamenlijk verrichten van onderzoekshandelingen op Nederlands grondgebied dan wel tot het verlenen van medewerking aan het door buitenlandse ambtenaren verrichten van onderzoekshandelingen op Nederlands grondgebied, kunnen die ambtenaren in het kader van de uitvoering van dat verzoek geen andere bevoegdheden uitoefenen dan die welke zij kunnen toepassen op grond van de tussen de betrokken staten geldende verdragen, verbindende rechtshandelingen van de Europese Unie en de Nederlandse wet. Artikel 8.2.13, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

2. Het optreden van buitenlandse ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, behoeft de voorafgaande toestemming van de Nederlandse officier van justitie. Die ambtenaren staan bij dat optreden onder het gezag van de officier van justitie.

Verwijst naar

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen