Art. 8.2.9 Wetboek van Strafvordering
1. Het verzoek om rechtshulp wordt in ontvangst genomen door Onze Minister. Tenzij Onze Minister van oordeel is dat het verzoek klaarblijkelijk niet kan worden ingewilligd, draagt hij het verzoek en de daarbij behorende stukken over aan de officier van justitie. Indien de officier van justitie tot het oordeel komt dat het verzoek niet kan worden ingewilligd bericht hij Onze Minister, die naar aanleiding daarvan beslist.
2. Wanneer een verdrag voorziet in rechtstreekse toezending van verzoeken aan justitiële autoriteiten, wordt het verzoek in ontvangst genomen door de officier van justitie. De officier van justitie beslist over de inwilliging van het verzoek.
3. De inwilliging en uitvoering van het verzoek om rechtshulp kunnen plaatsvinden door een opsporingsambtenaar indien het verzoek uitsluitend is gericht op het verkrijgen van inlichtingen waarover de opsporingsambtenaar al beschikt of die betrekking hebben op elders vastgelegde gegevens voor het verkrijgen waarvan uitsluitend onderzoekshandelingen hoeven te worden verricht waartoe de opsporingsambtenaar in een nationaal onderzoek zelfstandig bevoegd is.