Art. 8.2.11 Wetboek van Strafvordering
1. Indien het verzoek niet kan worden ingewilligd, worden de autoriteiten van de verzoekende staat daarvan zo spoedig mogelijk in kennis gesteld. In geval het verzoek niet kan worden ingewilligd omdat het onvolledig is, worden de autoriteiten van de verzoekende staat eerst in de gelegenheid gesteld om het verzoek aan te vullen. Indien het verzoek niet kan worden ingewilligd op de in artikel 8.2.9, zevende lid, bedoelde grond, wordt de beslissing op het verzoek langs diplomatieke weg ter kennis van de autoriteiten van de verzoekende staat gebracht.
2. Indien het verzoek voor inwilliging vatbaar is, wordt de verzoekende staat daarvan direct in kennis gesteld. De officier van justitie die het verzoek uitvoert treedt zo nodig in overleg over de wijze van uitvoering van het verzoek.