Art. 7.4.8 Wetboek van Strafvordering
1. Het onderzoek op de zitting vindt zo spoedig mogelijk plaats. Het onderzoek vindt in ieder geval plaats binnen een maand na ontvangst van de vordering indien wordt beslist op een vordering tot het alsnog van overheidswege verplegen of een vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege. Het onderzoek vindt in ieder geval plaats binnen twee maanden na ontvangst van de vordering of de conclusie van de officier van justitie indien wordt beslist op een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling dan wel een vordering of verzoek tot toepassing van artikel 7.4.5, tweede lid, of artikel 7.4.7, eerste lid.
2. De rechtbank kan bepalen dat het inzien van geneeskundige en psychologische rapporten de terbeschikkinggestelde persoonlijk niet is toegestaan indien zij ernstig gevaar vreest voor de geestelijke gezondheid van de terbeschikkinggestelde. De terbeschikkinggestelde kan een arts of advocaat, dan wel iemand die van de rechtbank bijzondere toestemming heeft verkregen, machtigen de rapporten in te zien.
3. In aanvulling op artikel 1.2.18, tweede lid, wordt de terbeschikkinggestelde op zijn verblijfplaats gehoord indien de terbeschikkinggestelde aangeeft niet te kunnen verschijnen op de zitting. Indien de terbeschikkinggestelde zich ophoudt in een ander arrondissement, kan de rechtbank het horen overdragen aan de rechtbank of de rechter-commissaris in dat arrondissement.
4. Indien de rechtbank voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege of toepassing van artikel 2.3 van de Wet forensische zorg overweegt, en zij het voor de vorming van haar oordeel noodzakelijk acht zich nader te doen voorlichten over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de terugkeer van de terbeschikkinggestelde in het maatschappelijk verkeer zou kunnen plaatsvinden, kan zij haar beslissing voor ten hoogste drie maanden aanhouden.
5. Indien de rechtbank voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege of een aanvulling, wijziging of opheffing van de voorwaarden overweegt, wordt het slachtoffer, bedoeld in artikel 1.5.8, tweede lid, in de gelegenheid gesteld een verklaring af te leggen voor zover de voorwaarden inhoudelijk worden besproken tijdens het onderzoek op de zitting. De verklaring heeft uitsluitend betrekking op de voorwaarden die direct de belangen van het slachtoffer raken. De verklaring kan ook worden afgelegd door de personen, bedoeld in artikel 1.5.8, derde tot en met zesde lid.
6. Indien de rechtbank de vordering tot het alsnog van overheidswege verplegen of de vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege afwijst, beveelt zij de invrijheidstelling van de terbeschikkinggestelde die voorlopig van overheidswege wordt verpleegd.
7. Het bevel tot het alsnog van overheidswege verplegen en het bevel tot hervatting van de verpleging van overheidswege zijn dadelijk uitvoerbaar.