Art. 7.4.13 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. De officier van justitie en de terbeschikkinggestelde kunnen hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden tegen de beslissing van de rechtbank over:

a. verlenging of herleving van de terbeschikkingstelling;

b. voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege;

c. het alsnog van overheidswege verplegen;

d. hervatting van de verpleging van overheidswege.

2. De officier van justitie kan hoger beroep instellen binnen twee weken na de beslissing. De terbeschikkinggestelde kan hoger beroep instellen binnen twee weken na de betekening van de beslissing of, indien geen betekening hoeft plaats te vinden, binnen twee weken na de beslissing.

3. Het gerechtshof kan zonder onderzoek op de zitting beslissen indien het, na kennisneming van de stukken van het geding, van oordeel is dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is.

4. De voorzitter kan, zolang niet op het hoger beroep is beslist, de verpleging van overheidswege voorlopig beëindigen indien de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling is afgewezen door de rechtbank.

5. Artikel 7.4.8, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

6. Het gerechtshof beslist zo spoedig mogelijk. Het verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk of ongegrond dan wel gegrond. In het laatste geval beveelt het gerechtshof wat volgens de wet behoort plaats te vinden.

Verwijst naar

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen