Art. 7.4.6 Wetboek van Strafvordering
1. De rechtbank wijst een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege niet af dan nadat de verpleging van overheidswege gedurende minimaal een jaar voorwaardelijk beëindigd is geweest.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien:
a. de terbeschikkingstelling niet is opgelegd voor een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht en de totale duur van de terbeschikkingstelling door toewijzing van de vordering meer dan vier jaar zou belopen;
b. de rechtbank de terbeschikkingstelling beëindigt op grond van artikel 7.4.11; of
c. de rechtbank toepassing geeft aan artikel 2.3 van de Wet forensische zorg.