Art. 7.7.13 Wetboek van Strafvordering
1. De rechtbank beslist over een vordering tot verlenging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.
2. De officier van justitie dient de vordering tot verlenging in niet eerder dan twee maanden en niet later dan een maand vóór het tijdstip waarop de maatregel voorwaardelijk eindigt. Artikel 7.4.3, vierde tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. Bij de vordering worden overgelegd:
a. een recent opgemaakt, gemotiveerd en ondertekend advies van het hoofd of de directeur van de inrichting, tenzij dit advies niet kan worden uitgebracht door gebrek aan medewerking van de veroordeelde;
b. een kopie van de aantekeningen over de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de veroordeelde.
4. Indien de officier van justitie verlenging vordert waardoor de maatregel de duur van vier jaar en zes maanden te boven gaat, is artikel 7.4.4, derde lid, van overeenkomstige toepassing.
5. In aanvulling op artikel 1.2.18, tweede lid, wordt de veroordeelde op zijn verblijfplaats gehoord indien de veroordeelde aangeeft niet te kunnen verschijnen op de zitting. Indien de veroordeelde zich ophoudt in een ander arrondissement, kan de rechtbank het horen overdragen aan de rechtbank of de rechter-commissaris in dat arrondissement.
6. Indien de beslissing van de rechtbank tot gevolg heeft dat de maatregel voorwaardelijk zal eindigen, kan de rechtbank:
a. bijzondere voorwaarden stellen die het gedrag van de veroordeelde betreffen;
b. opdracht geven dat een gecertificeerde instelling of, indien de veroordeelde de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, een reclasseringsinstelling toezicht houdt op de naleving van de bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan begeleidt.
7. Indien de rechtbank bijzondere voorwaarden stelt, zijn artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht en artikel 7.4.8, vijfde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de rechtbank de werking van de bijzondere voorwaarden kan beperken tot een in de beslissing te bepalen tijdsduur binnen de termijn van de voorwaardelijke beëindiging.