Art. 7.4.10 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. Onze Minister kan de terbeschikkingstelling beëindigen ten aanzien van een vreemdeling die geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000. Onze Minister kan ter zake advies vragen aan de officier van justitie.

2. Beëindiging kan slechts plaatsvinden ten aanzien van een vreemdeling voor wie een passende voorziening in het land van herkomst is geregeld, gericht op in ieder geval vermindering van de stoornis en het daarmee samenhangende recidivegevaar.

3. De beëindiging gaat in op het moment dat de vreemdeling Nederland daadwerkelijk is uitgezet. Aan de beëindiging wordt de voorwaarde verbonden dat de vreemdeling niet naar Nederland terugkeert.

4. Indien Onze Minister voornemens is de terbeschikkingstelling te beëindigen, stelt hij de terbeschikkinggestelde van dit voornemen in kennis. Bij de kennisgeving voegt Onze Minister, in voorkomende gevallen, het advies van de officier van justitie.

Verwijst naar

Artikelen die hiernaar verwijzen

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen