Art. 7.7.14 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. De rechtbank beslist over een vordering tot verlenging van de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen. Artikel 7.7.13, tweede en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. De rechtbank bepaalt de duur van de verlenging.

2. De rechtbank kan tijdens en bij verlenging van de voorwaardelijke beëindiging:

a. bijzondere voorwaarden stellen, wijzigen of opheffen die het gedrag van de veroordeelde betreffen;

b. opdracht geven dat een gecertificeerde instelling of, indien de veroordeelde de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, een reclasseringsinstelling toezicht houdt op de naleving van de bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan begeleidt, dan wel een eerdere opdracht wijzigen.

3. Indien de rechtbank bijzondere voorwaarden stelt, wijzigt of opheft, zijn artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht en artikel 7.4.8, vijfde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de rechtbank de werking van de bijzondere voorwaarden kan beperken tot een in de beslissing te bepalen tijdsduur binnen de termijn waarmee de voorwaardelijke beëindiging is of wordt verlengd.

Verwijst naar

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen