Art. 7.4.12 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. De rechtbank kan op vordering van de officier van justitie bevelen dat de terbeschikkingstelling herleeft indien de vreemdeling zich niet houdt aan de voorwaarde niet naar Nederland terug te keren.

2. Indien tussen de datum van uitzetting en de datum van indiening van de vordering een periode van drie jaar of meer is gelegen, is artikel 7.4.4, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.

3. Het onderzoek op de zitting vindt zo spoedig mogelijk plaats, en in ieder geval binnen een maand na ontvangst van de vordering. Artikel 7.4.8, tweede en derde lid, is van toepassing.

4. Bij het bevel tot herleving van een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege kan de rechtbank de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigen. De artikelen 7.4.5, derde lid, en 7.4.8, vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

5. Bij het bevel tot herleving van een terbeschikkingstelling onder voorwaarden of een terbeschikkingstelling met voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege kan de rechtbank de gestelde voorwaarden wijzigen, aanvullen of opheffen. Artikel 7.4.8, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

6. De rechtbank kan bevelen tot het alsnog van overheidswege verplegen of tot hervatting van de verpleging van overheidswege.

7. De termijn van de terbeschikkingstelling wordt geacht te zijn gaan lopen op het tijdstip waarop de vreemdeling is aangehouden.

Verwijst naar

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen