Art. 7.3.2 Wetboek van Strafvordering
1. Indien de veroordeelde meerdere vrijheidsstraffen moet ondergaan, worden deze zo mogelijk aaneensluitend tenuitvoergelegd.
2. Indien meerdere vrijheidsstraffen aaneensluitend worden tenuitvoergelegd:
a. worden zij als één vrijheidsstraf aangemerkt voor de toepassing van artikel 7.1.18, eerste lid;
b. worden geheel onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen, met uitzondering van vervangende hechtenis, als één vrijheidsstraf aangemerkt bij de verlening van voorwaardelijke invrijheidstelling.