Art. 7.2.8 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

Indien de vordering, bedoeld in artikel 7.2.7, is gebaseerd of mede is gebaseerd op een ernstig vermoeden van schending van de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, wordt de vordering gevoegd behandeld bij de berechting van dat feit. Artikel 7.2.7, tweede tot en met vierde en zesde lid, is in dat geval niet van toepassing. Toewijzing van de vordering op grond van overtreding van de algemene voorwaarde kan alleen plaatsvinden in geval van een veroordeling wegens het strafbare feit.

Verwijst naar

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen