Art. 7.2.9 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. De officier van justitie en de veroordeelde kunnen beroep instellen bij de rechtbank tegen de beslissing van de rechter-commissaris over de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis bij de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid of bij de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking.

2. De officier van justitie kan beroep instellen binnen twee weken na de beslissing. De veroordeelde kan beroep instellen binnen twee weken na de betekening van de beslissing of, indien geen betekening hoeft plaats te vinden, binnen twee weken na de beslissing.

3. De voorzitter kan het bevel tot tenuitvoerlegging opheffen zolang niet op het beroep is beslist.

4. De rechtbank beslist zo spoedig mogelijk. Zij verklaart het beroep niet-ontvankelijk of ongegrond dan wel gegrond. In het laatste geval beveelt de rechtbank wat volgens de wet behoort plaats te vinden.

Artikelen die hiernaar verwijzen

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen