Art. 7.2.5 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. Indien een voorwaarde is gesteld of een aanwijzing is gegeven tot betaling of storting van een schadevergoeding, een waarborgsom of een ander geldbedrag, bepaalt Onze Minister de dag waarop de betaling of storting uiterlijk moet plaatsvinden. Onze Minister stelt de veroordeelde hiervan tijdig in kennis.

2. Onze Minister kan uitstel van betaling of storting verlenen en betaling of storting in termijnen toestaan. De termijn waarbinnen de storting van een waarborgsom plaatsvindt, is in geen geval langer dan drie maanden, te rekenen vanaf de dag waarop het vonnis of arrest voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden.

3. Een waarborgsom wordt door Onze Minister teruggegeven aan de veroordeelde voor zover de waarborgsom niet is vervallen aan de Staat op grond van de beslissing, bedoeld in artikel 7.2.7, zevende lid. De teruggave vindt plaats zodra vaststaat dat de bedoelde beslissing niet meer kan worden genomen. De rechtbank kan bevelen dat gehele of gedeeltelijke teruggave zal plaatshebben op een eerder tijdstip. De aanspraak op teruggave is niet overdraagbaar.

4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over het bepaalde in dit artikel. De nadere regels hebben in ieder geval betrekking op de plaats en wijze van betaling of storting en op de termijn waarbinnen de betaling of storting moet plaatsvinden.

Verwijst naar

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen