Art. 7.2.3 Wetboek van Strafvordering
1. De rechter-commissaris kan op vordering van de officier van justitie de volgende beslissingen nemen in het kader van de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen:
a. de voorlopige tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk niet tenuitvoergelegde vrijheidsstraf of maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders;
b. de voorlopige voortzetting van de terbeschikkingstelling;
c. het voorlopig alsnog van overheidswege verplegen dan wel de voorlopige hervatting van de verpleging van overheidswege van een terbeschikkinggestelde;
d. de voorlopige herleving van de terbeschikkingstelling;
e. de tijdelijke opname van een terbeschikkinggestelde voor de duur van maximaal zeven weken in een door de rechter-commissaris aangewezen instelling, dan wel de eenmalige verlenging van de tijdelijke opname met ten hoogste zeven weken;
f. de tenuitvoerlegging van de in het vonnis of arrest bevolen vervangende hechtenis die wordt tenuitvoergelegd iedere keer dat de veroordeelde zich niet houdt aan de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid of aan de voorwaarden verbonden aan de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking.
2. Indien de officier van justitie een vordering indient die strekt tot het verkrijgen van een voorlopige beslissing, wordt tegelijkertijd een daarmee corresponderende vordering ingediend bij de rechtbank die strekt tot het verkrijgen van een definitieve beslissing.
3. De rechter-commissaris beslist binnen drie dagen na indiening van de vordering. De aangehouden veroordeelde wordt zo mogelijk gehoord. De veroordeelde wordt niet in vrijheid gesteld zolang de rechter-commissaris geen beslissing heeft genomen.
4. Indien de rechter-commissaris de vordering afwijst, beveelt hij de invrijheidstelling van de aangehouden veroordeelde.
5. Indien vervangende hechtenis wordt bevolen, bepaalt de rechter-commissaris de duur van de vervangende hechtenis, die ten minste één dag beloopt. De duur van de vervangende hechtenis is ten hoogste wat is bepaald in het vonnis of arrest. De rechter-commissaris brengt de vrijheidsbeneming op grond van het derde lid in mindering op de vervangende hechtenis.
6. Een tijdelijke opname kan plaatsvinden zonder bereidverklaring van de terbeschikkinggestelde.
7. De beslissing van de rechter-commissaris is dadelijk uitvoerbaar.