Art. 7.1.4 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. In aanvulling op artikel 1.10.2, eerste lid, kan de ontnemingsmaatregel pas worden tenuitvoergelegd na het onherroepelijk worden van de veroordeling, bedoeld in artikel 36e, eerste of derde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

2. Indien een kennisgeving als bedoeld in artikel 4.3.30 is voorgeschreven, kan de tenuitvoerlegging van een vonnis of arrest plaatsvinden na de betekening van de kennisgeving. Bij een bij verstek gewezen vonnis of arrest waarbij zodanige kennisgeving niet is voorgeschreven, kan de tenuitvoerlegging plaatsvinden na de uitspraak. Door hoger beroep of beroep in cassatie wordt de tenuitvoerlegging opgeschort of geschorst.

3. De opschorting of schorsing van het tweede lid vindt niet plaats:

a. ten aanzien van bij het vonnis of arrest gegeven bevelen die dadelijk uitvoerbaar zijn;

b. indien naar het oordeel van het openbaar ministerie vaststaat dat het rechtsmiddel is ingesteld na het verstrijken van de daarvoor gestelde termijn en dat artikel 5.1.3, tweede lid, niet van toepassing is, tenzij op verzoek van degene die het rechtsmiddel heeft aangewend, en na zijn verhoor, indien hij dit bij het verzoek heeft gevraagd, de rechtbank of het gerechtshof anders bepaalt.

Verwijst naar

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen