Art. 7.1.5 Wetboek van Strafvordering
1. In afwijking van artikel 1.10.2, eerste lid, kan de tenuitvoerlegging van een strafbeschikking plaatsvinden twee weken na de toezending van de kopie van de strafbeschikking.
2. Door verzet wordt de tenuitvoerlegging van de strafbeschikking opgeschort of geschorst, tenzij naar het oordeel van de officier van justitie vaststaat dat het verzet is gedaan na het verstrijken van de daarvoor gestelde termijn en dat artikel 5.1.3, tweede lid, niet van toepassing is. Bij de behandeling van het verzet kan de rechter op verzoek van de verdachte bepalen dat de tenuitvoerlegging van de strafbeschikking wordt opgeschort of geschorst. De opschorting of schorsing eindigt indien het verzet niet-ontvankelijk wordt verklaard.
3. Indien een procesinleiding wordt ingediend voor een feit waarvoor een strafbeschikking is uitgevaardigd, is de strafbeschikking niet meer vatbaar voor tenuitvoerlegging. De tenuitvoerlegging die al is aangevangen wordt geschorst.