Art. 47 Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring

Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring

1. De directeur is bevoegd het lichaam van de vreemdeling te laten controleren op verboden en gevaarlijke voorwerpen in de volgende gevallen:

a. bij eerste binnenkomst;

b. indien het onderzoek aan de kleding bedoeld in artikel 46 hiertoe aanleiding geeft;

c. in andere gevallen waarin het strikt noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting.

2. Het controleren van het lichaam geschiedt op niet-handmatige wijze.

3. In plaats van de niet-handmatige controle van het lichaam vindt een handmatig onderzoek aan het lichaam plaats, indien:

a. de voor de controle van het lichaam bedoelde apparatuur niet beschikbaar is of niet gebruikt kan worden in de inrichting en onverwijlde tenuitvoerlegging van het onderzoek naar het oordeel van de directeur noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting;

b. de controle van lichaam met de daarvoor bestemde apparatuur naar het oordeel van de directeur daartoe aanleiding geeft;

c. de vreemdeling geen toestemming geeft voor controle van het lichaam door middel van daartoe bestemde apparatuur; of

d. het om redenen verband houdende met de medische toestand van een vreemdeling niet mogelijk is de voor de controle van het lichaam bestemde apparatuur te gebruiken en het onderzoek naar het oordeel van de directeur noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of veiligheid in de inrichting.

4. Het handmatige onderzoek aan het lichaam, bedoeld in het derde lid, omvat mede het uitwendig schouwen van de openingen en holten van het lichaam.

5. Het handmatige onderzoek aan het lichaam, bedoeld in het derde lid, wordt op een besloten plaats door personen van hetzelfde geslacht als de vreemdeling verricht.

6. De directeur draagt zorg dat, ingeval er een handmatig onderzoek aan het lichaam heeft plaatsgevonden, de commissie van toezicht hiervan binnen 24 uur in kennis wordt gesteld.

7. Indien bij de controle of het onderzoek voorwerpen worden aangetroffen die niet in het bezit van de vreemdeling mogen zijn en, voor zover de controle of het onderzoek betrekking heeft op de openingen of holten van het lichaam van de vreemdeling, deze voorwerpen zonder het gebruik van hulpmiddelen daaruit kunnen worden verwijderd, is de directeur bevoegd deze in beslag te nemen. Hij draagt zorg dat deze voorwerpen, hetzij onder afgifte van een bewijs van ontvangst ten behoeve van de vreemdeling op diens kosten worden bewaard, hetzij met toestemming van de vreemdeling worden vernietigd, hetzij aan een opsporingsambtenaar ter hand worden gesteld met het oog op de voorkoming of opsporing van strafbare feiten.

8. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor het verwerken van de persoonsgegevens in het geval van controle van het lichaam als bedoeld in het eerste en tweede lid.

Verwijst naar

Artikelen die hiernaar verwijzen

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen