Art. 48 Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring

Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring

1. Indien bij de controle of het onderzoek, bedoeld in artikel 47, voorwerpen worden aangetroffen die niet in het bezit van de vreemdeling mogen zijn en deze voorwerpen niet zonder het gebruik van hulpmiddelen kunnen worden verwijderd, kan de directeur bepalen dat deze door verrichtingen in het lichaam worden verwijderd, indien dit noodzakelijk is ter afwending van ernstig gevaar voor de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting dan wel voor de gezondheid van de vreemdeling.

2. Het verwijderen gebeurt door een arts of, in diens opdracht, door een verpleegkundige.

3. Een ambtenaar of medewerker van de inrichting waar de vreemdeling verblijft kan, indien onverwijlde tenuitvoerlegging geboden is, een beslissing als bedoeld in het eerste lid nemen. De directeur wordt zo snel mogelijk op de hoogte gesteld van de beslissing.

4. Indien bij de verrichtingen in het lichaam voorwerpen worden aangetroffen die niet in het bezit van de vreemdeling mogen zijn, en deze voorwerpen door de arts of verpleegkundige uit het lichaam kunnen worden verwijderd, is de directeur bevoegd deze in beslag te nemen. Hij draagt zorg dat deze voorwerpen, hetzij onder afgifte van een bewijs van ontvangst ten behoeve van de vreemdeling op diens kosten worden bewaard, hetzij met toestemming van de vreemdeling worden vernietigd, hetzij aan een opsporingsambtenaar ter hand worden gesteld met het oog op de voorkoming of opsporing van strafbare feiten.

Verwijst naar

Artikelen die hiernaar verwijzen

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen