Art. 68 Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring
Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring
1. De directeur stelt de vreemdeling in de gelegenheid te worden gehoord, zoveel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal, alvorens hij beslist omtrent:
a. de plaatsing in het beheersregime en de verlenging daarvan, bedoeld in artikel 18;
b. het handmatige onderzoek aan het lichaam, bedoeld in artikel 47, derde lid;
c. het laten uitvoeren van verrichtingen in het lichaam, bedoeld in artikel 48;
d. de uitsluiting van deelname aan activiteiten en de verlenging daarvan, bedoeld in artikel 49;
e. de plaatsing in afzondering en de verlenging daarvan, bedoeld in artikel 50;
f. de bevestiging door mechanische middelen en de verlenging daarvan, bedoeld in artikel 52;
g. het gedogen van een geneeskundige handeling, bedoeld in artikel 54;
h. het toestaan van incidenteel verlof, bedoeld in artikel 59;
i. de oplegging van een disciplinaire maatregel, bedoeld in artikel 62.
2. Toepassing van het eerste lid kan op de onderdelen b, c, d, e, f en g kan achterwege blijven indien:
a. de vereiste spoed zich daartegen verzet;
b. de gemoedstoestand van de vreemdeling daaraan in de weg staat.
Verwijst naar
- Artikel 52 Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring
- Artikel 18 Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring
- Artikel 62 Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring
- Artikel 54 Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring
- Artikel 47 Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring
- Artikel 49 Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring
- Artikel 59 Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring
- Artikel 48 Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring
- Artikel 50 Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring