Art. 46 Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring

Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring

1. De directeur is bevoegd een vreemdeling aan zijn kleding te onderzoeken in de volgende gevallen:

a. bij elke binnenkomst en telkens bij het verlaten van de inrichting;

b. voorafgaand aan of na afloop van bezoek;

c. indien dit anderszins noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting.

2. Het onderzoek aan de kleding wordt op een besloten plaats en, voor zover mogelijk, door personen van hetzelfde geslacht als de vreemdeling verricht.

3. Het onderzoek aan de kleding van de vreemdeling omvat mede het onderzoek van de voorwerpen die de vreemdeling bij zich draagt of met zich meevoert.

4. Indien bij een onderzoek aan de kleding voorwerpen worden aangetroffen die niet in het bezit van de vreemdeling mogen zijn, is de directeur bevoegd deze in beslag te nemen. Hij draagt zorg dat deze voorwerpen, hetzij onder afgifte van een bewijs van ontvangst ten behoeve van de vreemdeling op diens kosten worden bewaard, hetzij met toestemming van de vreemdeling worden vernietigd, hetzij aan een opsporingsambtenaar ter hand worden gesteld met het oog op de voorkoming of opsporing van strafbare feiten.

Artikelen die hiernaar verwijzen

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen