Art. 44 Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring

Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring

1. De directeur is bevoegd jegens een vreemdeling geweld te gebruiken dan wel vrijheidsbeperkende middelen aan te wenden, voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een van de volgende belangen:

a. de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting;

b. de uitvoering van een door de directeur genomen beslissing;

c. de voorkoming van het zich onttrekken door de vreemdeling aan het op hem uitgeoefende toezicht;

d. de uitvoering van aanzeggingen en vorderingen als bedoeld in de artikelen 61 en 63 van de Vreemdelingenwet 2000.

2. Aan het gebruik van geweld gaat zo mogelijk een waarschuwing vooraf. Degene die geweld heeft gebruikt maakt hiervan onverwijld een schriftelijk verslag en doet dit verslag onverwijld aan de directeur toekomen.

3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent het gebruik van geweld en de aanwending van vrijheidsbeperkende middelen.

Verwijst naar

Artikelen die hiernaar verwijzen

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen