Art. 15 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa, Vertegenwoordigers bij de Raadgevende Vergadering
Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
Tijdens de duur der zittingen van de Raadgevende Vergadering genieten de vertegenwoordigers bij de Vergadering en haar plaatsvervangers, of zij parlementsleden zijn of niet:
(a) op hun eigen grondgebied, de immuniteiten die worden toegekend aan leden van de volksvertegenwoordiging van dat land;
(b) op het grondgebied van alle andere staten, die lid zijn van de Vergadering, vrijwaring voor arrestatie en vervolging.
Deze immuniteit geldt ook wanneer zij op weg zijn van of naar de plaats van samenkomst van de Raadgevende Vergadering. Dit geldt echter niet wanneer van de vertegenwoordigers en hun plaatsvervangers ontdekt wordt, dat zij een overtreding begaan, proberen te begaan of juist begaan hebben, evenmin in gevallen waarin de Vergadering de immuniteit heeft opgeheven.
Artikelen die hiernaar verwijzen
Vorige artikelen
- Artikel 10 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 11 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 12 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 13 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 14 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
Volgende artikelen
- Artikel 16 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 17 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 18 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 19 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 20 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa