Art. 19 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa, Functionarissen van de Raad
Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
Voorrechten en immuniteiten worden aan de functionarissen slechts verleend in het belang van de Raad van Europa en niet tot het persoonlijk voordeel van deze individuele functionarissen. De Secretaris-Generaal zal het recht en de plicht hebben, de immuniteit van een functionaris op te heffen telkens wanneer naar zijn oordeel de immuniteit aan de loop van de gerechtigheid in de weg zou staan en afstand van de immuniteit kan worden gedaan, zonder dat inbreuk wordt gemaakt op de belangen van de Raad van Europa. In geval het de Secretaris-Generaal en de Plaatsvervangend Secretaris-Generaal betreft heeft het Comité van Ministers het recht de immuniteit op te heffen.
Artikelen die hiernaar verwijzen
Vorige artikelen
- Artikel 14 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 15 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 16 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 17 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 18 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa