Art. 10 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa, Vertegenwoordigers der Leden in het Comité van Ministers
Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
Teneinde de vertegenwoordigers in het Comité van Ministers volledige vrijheid van woord en onafhankelijkheid bij de uitoefening van hun taak te verzekeren, zal de immuniteit van rechtsvervolging met betrekking tot door hen gesproken of geschreven woorden en alle door hen in de uitoefening van hun functie verrichte handelingen, van kracht blijven, ook wanneer het mandaat van de betreffende personen beëindigd is.
Vorige artikelen
- Artikel 5 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 6 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 7 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 8 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 9 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
Volgende artikelen
- Artikel 11 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 12 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 13 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 14 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 15 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa