Art. 16 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa, Functionarissen van de Raad
Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
Behalve de immuniteiten en de voorrechten aangegeven in het hieronder genoemde artikel 18, zullen aan de Secretaris-Generaal en de Plaatsvervangende Secretaris-Generaal, met betrekking tot henzelven, hun echtgenoten en minderjarige kinderen, de voorrechten en immuniteiten, vrijstellingen en faciliteiten worden verleend, welke worden toegekend aan hen, die met een diplomatieke zending zijn belast in overeenstemming met het Internationale Recht.
Vorige artikelen
- Artikel 11 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 12 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 13 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 14 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 15 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
Volgende artikelen
- Artikel 17 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 18 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 19 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 20 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 21 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa