Art. 13 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa, Vertegenwoordigers bij de Raadgevende Vergadering
Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
Geen administratieve of andere beperking zal worden toegepast op de bewegingsvrijheid van de vertegenwoordigers bij de Raadgevende Vergadering en hun vervangers, die zich begeven naar of terugkeren van de plaats van samenkomst van de Vergadering.
Aan de Vertegenwoordigers en hun plaatsvervangers zullen, wat betreft douane- en deviezen-regelingen, worden toegekend:
(a) door hun eigen regering, dezelfde faciliteiten als die, welke worden toegekend aan hoge ambtenaren die met een tijdelijke, officiële opdracht naar het buitenland reizen;
(b) door de regeringen van de andere Leden, dezelfde faciliteiten als die, welke worden toegekend aan de vertegenwoordigers van buitenlandse regeringen met een tijdelijke, officiële opdracht.
Vorige artikelen
- Artikel 8 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 9 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 10 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 11 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 12 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
Volgende artikelen
- Artikel 14 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 15 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 16 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 17 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 18 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa