Art. 13 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa, Vertegenwoordigers bij de Raadgevende Vergadering

Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa

Geen administratieve of andere beperking zal worden toegepast op de bewegingsvrijheid van de vertegenwoordigers bij de Raadgevende Vergadering en hun vervangers, die zich begeven naar of terugkeren van de plaats van samenkomst van de Vergadering.

Aan de Vertegenwoordigers en hun plaatsvervangers zullen, wat betreft douane- en deviezen-regelingen, worden toegekend:

(a) door hun eigen regering, dezelfde faciliteiten als die, welke worden toegekend aan hoge ambtenaren die met een tijdelijke, officiële opdracht naar het buitenland reizen;

(b) door de regeringen van de andere Leden, dezelfde faciliteiten als die, welke worden toegekend aan de vertegenwoordigers van buitenlandse regeringen met een tijdelijke, officiële opdracht.

Vorige artikelen

Volgende artikelen