Art. 12 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa, Vertegenwoordigers der Leden in het Comité van Ministers
Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
(a). De bepalingen van de artikelen 9, 10 en 11 gelden niet voor de autoriteiten van een staat waarvan de persoon onderdaan is, of waarvan hij vertegenwoordiger is of is geweest.
(b). In de artikelen 9, 10, 11 en 12 (a) hierboven, zal de term „vertegenwoordiger” geacht worden te omvatten alle vertegenwoordigers, plaatsvervangende vertegenwoordigers, adviseurs, technische deskundigen en secretarissen van delegaties.
Vorige artikelen
- Artikel 7 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 8 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 9 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 10 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 11 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
Volgende artikelen
- Artikel 13 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 14 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 15 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 16 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 17 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa