Art. 25 VW, De verblijfsvergunning regulier
1. Binnen 90 dagen wordt een beschikking gegeven op de aanvraag tot:
a. het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14;
b. het verlengen van de geldigheidsduur ervan;
c. het wijzigen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14;
d. het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20.
2. De termijn voor het geven van de beschikking, bedoeld in het eerste lid, kan ten hoogste voor zes maanden worden verlengd indien naar het oordeel van Onze Minister voor de beoordeling van de aanvraag advies van of onderzoek door derden of het openbaar ministerie, nodig is.
3. Onze Minister stelt de vreemdeling in kennis van de verlenging.
4. Indien de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 is ingediend door een langdurig ingezetene uit een andere lidstaat van de Europese Unie of diens gezinslid, wordt de beschikking in afwijking van het eerste lid gegeven binnen vier maanden, welke termijn in afwijking van het tweede lid in bijzondere gevallen verband houdende met de complexiteit van de aanvraag, voor ten hoogste drie maanden kan worden verlengd. Indien de langdurig ingezetene of het gezinslid krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht is uitgenodigd de aanvraag aan te vullen, wordt de beschikking gegeven binnen zeven maanden.
5. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt de beschikking op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 onder een beperking verband houdend met verblijf als houder van de Europese blauwe kaart of overplaatsing binnen een onderneming bekend gemaakt binnen 90 dagen en kan die termijn niet worden verlengd.
6. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt de beschikking op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 onder een beperking verband houdend met wetenschappelijk onderzoek, studie, lerend werken of uitwisseling in het kader van Europees vrijwilligerswerk bekendgemaakt binnen 60 dagen en kan die termijn niet worden verlengd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 26 juni 2001, ECLI:NL:CRVB:2001:AB2276
- ABRvS 26 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1257
- CRvB 26 juni 2001, ECLI:NL:CRVB:2001:AB2277
- ABRvS 3 juni 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI6092
- ABRvS 2 februari 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BH2983
- Rb. Den Haag 12 juni 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:5973
- ABRvS 30 mei 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA6588
- ABRvS 2 maart 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA1075
- Rb. 's-Hertogenbosch 20 november 2001, ECLI:NL:RBSHE:2001:AD5919
- Rb. 's-Gravenhage 18 april 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW7295
- Rb. 's-Gravenhage 30 september 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ9119
- Rb. 's-Gravenhage 20 maart 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BC8374
- Rb. 's-Gravenhage 27 april 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AT5548
- Rb. 's-Gravenhage 16 december 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AT4474
- Rb. 's-Gravenhage 28 augustus 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AM3156
- Rb. 's-Gravenhage 12 augustus 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1519
- Rb. 's-Gravenhage 30 juni 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1499
- Rb. 's-Gravenhage 20 september 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2368
- Rb. 's-Gravenhage 9 juli 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7014
- Rb. 's-Gravenhage 21 juni 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6331