Rb. Den Haag 12 juni 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:5973
Dublin, termijnoverschrijding. Eiser heeft eerst in Italië en vervolgens in Duitsland om asiel gevraagd. Tussen Duitsland en Italië is een claimakkoord tot stand gekomen. Binnen de termijn voor overdracht van Duitsland naar Italië gaat eiser naar Nederland en dient ook hier een asielaanvraag in. Ook tussen Nederland en Italië komt een claimakkoord tot stand. Voordat eiser door Nederland aan Italië wordt overgedragen verloopt de termijn voor overdracht van Duitsland naar Italië. Op grond van artikel 29 van Dublinverordening III gaat de verantwoordelijkheid daardoor over van Italië naar Duitsland. Verweerder wijst op de chain rule, zoals vastgesteld in 2007 tijdens een meeting van de Dublin II Contact Committee, en stelt dat de overdrachtstermijn van Duitsland is gestuit vanaf het moment dat eiser in Nederland een asielaanvraag heeft ingediend. De rechtbank is van oordeel dat, los van de vraag of de chain rule onder Dublinverordening II formele status heeft, niet is gebleken dat deze regel (ook) onder Dublinverordening III geldt. De rechtbank is verder van oordeel dat artikel 29 van Dublinverordening III geen ruimte laat voor een uitleg conform de chain rule. Met het verantwoordelijk worden van Duitsland, is de verantwoordelijkheid van Italië vervallen. Het bestreden besluit wordt vernietigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl