Rb. 's-Gravenhage 20 september 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2368

Uitstel van vertrek / opheffing / medische omstandigheden. Aan de opheffing van het uitstel van vertrek ligt het advies van 27 april 2000 van het BMA ten grondslag. Dit advies is gebaseerd op brieven van de behandelaars van eiseres en op het landeninformatiesysteem van de IND. Genoemde stukken maken noch deel uit van het advies, noch van het dossier van verweerder. Ook ontbreekt de vraagstelling van het BMA aan de in het advies genoemde behandelaars. Naar het oordeel van de rechtbank hadden zij evenwel deel moeten uitmaken dossier van verweerder en hadden zij door verweerder op grond van artikel 8:42, eerste lid, van de Awb overgelegd moeten worden. Omdat voormelde stukken ontbreken kan de rechtbank de deugdelijkheid van het BMA-advies, en mitsdien het bestreden besluit, niet toetsen in het licht van de beroepsgronden van eiseres. Naar het oordeel van de rechtbank is het advies, mede door het ontbreken van genoemde informatie, onvoldoende inzichtelijk. Het advies, voorzover daarin is gesteld dat er geen aanwijzingen zijn dat eiseres medisch gezien niet in staat is om te reizen met de gangbare vervoermiddelen, is tevens onvoldoende onderbouwd. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen