Art. 13a WOTS, Inbeslagneming
Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS)
1. Voor zover een verdrag daarin voorziet kunnen op verzoek van een vreemde staat voorwerpen in beslag worden genomen:
a. ten aanzien waarvan naar het recht van de vreemde staat een tot verbeurdverklaring strekkende sanctie kan worden opgelegd,
b. tot bewaring van het recht tot verhaal voor een tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel strekkende verplichting tot betaling van een geldbedrag welke naar het recht van de vreemde staat kan worden opgelegd, of
c. die kunnen dienen om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen.
2. Inbeslagneming, als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, kan slechts plaatsvinden indien blijkens de door de vreemde staat bij zijn verzoek verstrekte inlichtingen, door de bevoegde autoriteiten van die staat een bevel tot inbeslagneming is gegeven of zou zijn gegeven indien de desbetreffende voorwerpen zich binnen zijn grondgebied zouden bevinden, en inbeslagneming naar Nederlands recht is toegestaan.
3. Voor de toepassing van het tweede lid is inbeslagneming naar Nederlands recht toegestaan, indien zulks ook mogelijk zou zijn geweest wanneer het feit of de feiten naar aanleiding waarvan de inbeslagneming door de vreemde staat wordt verzocht in Nederland zou of zouden zijn begaan.
4. Inbeslagneming van voorwerpen, als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, kan voorts slechts plaatsvinden, indien gegronde redenen bestaan voor de verwachting dat te dier aanzien vanwege de verzoekende vreemde staat een verzoek tot tenuitvoerlegging van een verbeurdverklaring of van een tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel strekkende sanctie zal worden gedaan.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 24 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI2281
- Conclusie A-G Knigge 28 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:58
- HR 14 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:659
- HR 3 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:586
- HR 28 mei 2024, ECLI:NL:HR:2024:772
- HR 16 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:246
- HR 6 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU5353
- HR 8 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR7621
- Rb. Zeeland-West-Brabant 10 december 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:6969
- Rb. Rotterdam 20 juni 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:5679
- Rb. Rotterdam 3 mei 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BW4738
- Rb. Overijssel 13 april 2017, ECLI:NL:RBOVE:2017:1630
- Rb. Limburg 29 januari 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:753
- Rb. Breda 16 maart 2011, ECLI:NL:RBBRE:2011:BP7970
- Rb. Amsterdam 16 oktober 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:9678
- Conclusie A-G Spronken 16 april 2024, ECLI:NL:PHR:2024:422
- Conclusie A-G Harteveld 8 december 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2681
- Conclusie A-G Knigge 14 mei 2013, ECLI:NL:PHR:2013:591
- Conclusie A-G Knigge 6 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU5353
- Conclusie A-G Bleichrodt 24 november 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI2281