Conclusie A-G Knigge 6 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU5353

Beklag. 1. Art. 13 WOTS; verwerping verweer dat het Belgische rechtshulpverzoek geen voldoende concrete verdenking bevat. 2. Art. 13 WOTS; verwerping verweer dat de inbeslagneming onrechtmatig is, nu het zou gaan om s.f.o. dat betrekking heeft op fiscale feiten. Ad 1. Het oordeel van de Rechtbank getuigt- gelet op art. 13 WOTS- niet van een onjuiste rechtsopvatting en is, mede in aanmerking genomen de summiere aard van het door de Rechtbank te verrichten onderzoek niet onbegrijpelijk. Ad 2. Voor zover het middel een beroep doet op de Aanwijzing ontneming (Stcrt. 2009, 40) faalt het nu die aanwijzing beleidsregels inhoudt voor het openbaar ministerie betreffende te nemen vervolgingsbeslissingen en het bij de toepassing van art. 13.2 WOTS gaat om de vraag of aan de wettelijke voorwaarden voor het instellen van een strafrechtelijk financieel onderzoek of voor de inbeslagneming van een voorwerp is voldaan. De HR heeft zich in HR LJN AR7621 in verband met een rechtshulpverzoek in de zin van art. 13a WOTS uitgesproken over de uitleg die moet worden gegeven aan het Nederlandse voorbehoud bij art. 2 Verdrag inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven (Trb. 1990, 172). Dit voorbehoud t.z.v. fiscale delicten heeft betrekking op naar het recht van de verzoekende en aangezochte staat als fiscale delicten te kwalificeren feiten, die als zodanig strafbaar zijn gesteld, en niet op daarmede verband houdende feiten. Het bovengenoemde is van overeenkomstige toepassing op een rechtshulpverzoek als bedoeld in art. 13 WOTS. Het oordeel van de Rechtbank dat de inbeslagneming niet onrechtmatig is, nu niet uitsluitend sprake is van een fiscaal delict geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. De feiten die aan het rechtshulpverzoek ten grondslag zijn gelegd zijn van dien aard dat de betrokkene zich tevens schuldig zou hebben gemaakt aan feiten die naar Belgisch recht als “witwassen, deelneming aan een criminele organisatie en valsheid in geschrifte” worden beschouwd en die ook naar Nederlands recht als een soortgelijk commuun delict kunnen worden aangemerkt waarvoor krachtens art. 13 WOTS inbeslagneming kan plaatsvinden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen