Rb. Amsterdam 16 oktober 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:9678
Klager verzoek om teruggave van een onder de Ontvanger van de Belastingdienst in beslag genomen geldbedrag. Er is sprake van strafvorderlijk derdenbeslag op grond van artikel 94 Sv jo 13a jo 13c WOTS. Het beslag is gelegd op verzoek van de Italiaanse autoriteiten in een speciale procedure die Nederland niet kent, maar die in Italië in het leven is geroepen als anti-maffia wetgeving. In zijn arrest van 3 september 2013 (ECLI:NL:HR:2013:586) heeft de Hoge Raad bepaald dat aan een rechtshulpverzoek als het onderhavige het Witwasverdrag ten grondslag ligt. Naar het oordeel van de rechtbank kan de grondslag van het verzoek naar Nederlands recht worden vertaald naar de strafbepalingen van artikel 140 Sr en 11a Opiumwet (deelname aan een criminele organisatie, al dan niet in relatie tot de Opiumwet). De inbeslagneming is naar Nederlands recht eveneens toegestaan. Het klaagschrift is ongegrond. Een pandhouder verzoekt eveneens om teruggave, nu zij pas op de hoogte raakte van het beslag nadat het pandrecht was geregistreerd. De pandhouder komt geen geslaagd beroep toe op artikel 453a lid 2 Rv.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 453a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 140 Sr
- Artikel 94 Sv
- Artikel 94a Sv
- Artikel 94b Sv
- Artikel 103 Sv
- Artikel 552a Sv
- Artikel 13a WOTS
- Artikel 13d WOTS
- Artikel 13e WOTS
- Artikel 6 EVRM
- Artikel 1 Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden