Conclusie A-G Knigge 14 mei 2013, ECLI:NL:PHR:2013:591
Beklag. Conservatoir beslag. Italiaans rechtshulpverzoek. Art. 13a WOTS. 1. Witwasverdrag. Rechtstreekse toezending rechtshulpverzoek. 2. Onschuldpresumptie. Ad 1. V.zv. aan het middel de opvatting ten grondslag ligt dat een rechtshulpverzoek niet kan worden aangemerkt als een rechtshulpverzoek in de zin van het Witwasverdrag op de enkele grond dat het verzoek niet in overeenstemming met de regels van het Verdrag is toegezonden aan de autoriteiten bedoeld in art. 23.1 van dat Verdrag, faalt het omdat die opvatting geen steun vindt in het recht. Nu het middel niet klaagt over de vaststelling door de Rechtbank dat klager niet in enig rechtens te respecteren belang is geschaad door de rechtstreekse toezending van het rechtshulpverzoek aan het Landelijk Parket, kan het reeds daarom niet tot cassatie leiden. Ad 2. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BI2281 m.b.t. art. 13a WOTS en uit ECLI:NL:HR:2010:BL2823 m.b.t. het summiere karakter van de raadkamerprocedure ex art. 552a Sv (i.c. van overeenkomstige toepassing). Gelet op deze vooropstellingen getuigt het oordeel van de Rechtbank niet van een onjuiste rechtsopvatting en is het ook niet onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat de Rechtbank heeft vastgesteld dat het bevel tot inbeslagneming waarvan de tul is verzocht tot uitgangspunt neemt dat het in NL aangetroffen geldbedrag als resultaat van illegale activiteiten van klager moet worden inbeslaggenomen en dat daarbij geen directe relatie is aangenomen met de concrete strafbare feiten waarvan klager is vrijgesproken.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 81 RO
- Artikel 68 Sr
- Artikel 552a Sv
- Artikel 552jj Sv
- Artikel 10 Opw
- Artikel 13a WOTS
- Artikel 13d WOTS
- Artikel 13e WOTS
- Artikel 17 WOTS
- Artikel 4 WWETGC
- Artikel 7 WWETGC
- Artikel 24 WWETGC
- Artikel 5 EVRM
- Artikel 6 EVRM
- Artikel 1 Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden