Rb. Limburg 29 januari 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:753
Beklag tegen beslag op geldbedrag dat op slaapkamer meerderjarige dochter is gevonden bij doorzoeking van de woning, die eigendom is van haar vader, die in het Verenigd Koninkrijk verdacht wordt van grootschalige cocaïnesmokkel. Er is een strafvorderlijk belang bij handhaving van het beslag, nu het beslag is gelegd (mede) ten behoeve van verhaal door het Verenigd Koninkrijk op gelden die door de vader van klaagster wederrechtelijk zijn genoten met de handel in cocaïne of het witwassen van de opbrengsten daarvan. Het is niet hoogst onwaarschijnlijk dat geoordeeld zal worden dat ook het geldbedrag dat op de slaapkamer van klaagster is aangetroffen, direct of indirect afkomstig is uit deze criminele bron en dat verhaal hierop dus mogelijk is. Klaagster heeft immers niet kunnen aantonen dat juist dit, individualiseerbare, geldbedrag via een geheel legale bron haar eigendom is geworden. Het beklag wordt ongegrond verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl