Art. 9 WOR, Samenstelling en werkwijze van de ondernemingsraden
Wet op de ondernemingsraden (WOR)
1. De verkiezing van leden van de ondernemingsraad geschiedt bij geheime schriftelijke stemming en aan de hand van een of meer kandidatenlijsten.
2. Een kandidatenlijst kan worden ingediend door:
a. een vereniging van werknemers, die in de onderneming werkzame kiesgerechtigde personen onder haar leden telt, krachtens haar statuten ten doel heeft de belangen van haar leden als werknemers te behartigen en als zodanig in de betrokken onderneming of bedrijfstak werkzaam is en voorts ten minste twee jaar in het bezit is van volledige rechtsbevoegdheid, mits zij met haar leden in de onderneming over de samenstelling van de kandidatenlijst overleg heeft gepleegd. Ten aanzien van een vereniging die krachtens haar statuten geacht kan worden een voortzetting te zijn van een of meer andere verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid van werknemers, wordt de duur van de volledige rechtsbevoegdheid van die vereniging of verenigingen voor de vaststelling van de tijdsduur van twee jaar mede in aanmerking genomen;
b. iedere in de onderneming werkzame kiesgerechtigde persoon of groep van personen, niet zijnde lid van een vereniging als bedoeld onder a welke een kandidatenlijst heeft ingediend.
3. De ondernemingsraad kan in zijn reglement bepalen, dat voor bepaalde groepen van in de onderneming werkzame personen, dan wel voor bepaalde onderdelen van de onderneming afzonderlijke kandidatenlijsten worden ingediend, ten einde als grondslag te dienen voor de verkiezing door de betrokken personen of onderdelen van een tevens in het reglement te bepalen aantal leden van de ondernemingsraad. Indien de ondernemingsraad van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt, gelden de in het tweede lid ten aanzien van het indienen van kandidatenlijsten gestelde eisen voor iedere aangewezen groep of ieder aangewezen onderdeel afzonderlijk.
4. De ondernemingsraad treft, indien dit bevorderlijk is voor een goede toepassing van deze wet in de onderneming, voorzieningen in zijn reglement opdat de verschillende groepen van de in de onderneming werkzame personen zoveel mogelijk in de ondernemingsraad vertegenwoordigd kunnen zijn.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof 's-Hertogenbosch 16 juli 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:2717
- Conclusie A-G de Bock 22 december 2023, ECLI:NL:PHR:2023:1211
- Conclusie A-G Langemeijer 31 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA5319
- Rb. Amsterdam 24 november 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:6762
- Hof Den Haag 12 mei 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1094
- Rb. Rotterdam 30 november 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:9268
- Rb. Rotterdam 11 oktober 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:7853
- Rb. Rotterdam 3 juli 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:5411
- Rb. Rotterdam 4 maart 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BS7504
- Rb. Noord-Holland 28 oktober 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:9545
- Rb. Noord-Holland 26 februari 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ5642
- Rb. Middelburg 20 maart 2001, ECLI:NL:RBMID:2001:AB1244
- Rb. Limburg 18 mei 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:4409
- Rb. Limburg 30 juni 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:6022
- Rb. Haarlem 10 april 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BW3952
- Rb. Haarlem 7 augustus 2002, ECLI:NL:RBHAA:2002:AE6454
- Rb. Gelderland 30 januari 2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:365
- Rb. Den Haag 29 september 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:9634
- Rb. Breda 14 december 2007, ECLI:NL:RBBRE:2007:BC0266
- Rb. Amsterdam 10 april 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:3206