Art. 95 ARAR, Schorsing en ontslag
Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR)
1. Aan de ambtenaar die is aangesteld in tijdelijke dienst wordt geacht eervol ontslag te zijn verleend zodra de duur van de aanstelling in tijdelijke dienst is verstreken, tenzij sprake is van een stilzwijgende voortzetting als bedoeld in artikel 6, vierde of vijfde lid.
2. Aan de ambtenaar die is aangesteld in tijdelijke dienst kan ontslag worden verleend, mits een opzegtermijn in acht wordt genomen van:
a. drie maanden, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging laatstelijke tenminste twaalf maanden onafgebroken in dienst is geweest;
b. twee maanden, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging laatstelijke tenminste zes maanden doch korter dan twaalf maanden onafgebroken in dienst is geweest;
c. één maand, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging laatstelijk korter dan zes maanden onafgebroken in dienst is geweest.
3. Opzegging als in het vorige lid bedoeld kan niet geschieden gedurende de zwangerschap van de vrouwelijke ambtenaar, noch gedurende het verlof bedoeld in artikel 33fb, vierde lid, noch – indien zij haar dienst heeft vervat – gedurende een periode van zes weken volgend op dat verlof. Het bevoegd gezag kan ter staving van de zwangerschap een verklaring van een arts of van een verloskundige verlangen.
4. Opzegging als bedoeld in het tweede lid kan niet geschieden wegens het aanvragen of het opnemen van ouderschapsverlof.
5. Opzegging als bedoeld in het tweede lid kan niet geschieden wegens de omstandigheid dat de ambtenaar in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen.
6. Opzegging als bedoeld in het tweede lid kan niet plaatsvinden wegens het feit dat de ambtenaar door een centrale als bedoeld in artikel 105 of door een daarbij aangesloten vereniging is aangewezen om bestuurlijke of vertegenwoordigende aktiviteiten te ontplooien binnen zijn centrale of een daarbij aangesloten vereniging dan wel binnen de organisatie van de werkgever, die er toe strekken de doelstellingen van zijn centrale van overheidspersoneel en daarbij aangesloten verenigingen te ondersteunen.
7. Opzegging als bedoeld in het tweede lid kan niet geschieden wegens de omstandigheid dat de ambtenaar is geplaatst op een kandidatenlijst als bedoeld in artikel 9 van de Wet op de ondernemingsraden, noch wegens het lidmaatschap of het korter dan twee jaar geleden beëindigde lidmaatschap van de ambtenaar van de ondernemingsraad of van een commissie van die raad.
8. Het ontslag kan, al dan niet op aanvraag van de ambtenaar, ingaan voor de afloop van de opzeggingstermijn. Indien dit niet op de aanvraag van de ambtenaar geschiedt, wordt hem over de tijd, welke aan de opzeggingstermijn ontbreekt, een bedrag uitbetaald gelijk aan de laatstgenoten bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 13 oktober 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3858
- CRvB 22 april 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BM3706
- CRvB 19 maart 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:932
- CRvB 26 augustus 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN6914
- CRvB 9 november 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3052
- CRvB 12 juli 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2121
- CRvB 16 mei 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:CA0382
- CRvB 8 december 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU7934
- CRvB 19 oktober 2000, ECLI:NL:CRVB:2000:AA8869
- CRvB 12 november 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:2809
- CRvB 25 juli 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2501
- CRvB 11 oktober 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3134
- CRvB 18 augustus 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2837
- CRvB 28 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2922
- CRvB 3 maart 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP8848
- Rb. Zwolle-Lelystad 26 mei 2010, ECLI:NL:RBZLY:2010:BM7602
- Rb. Utrecht 15 mei 2009, ECLI:NL:RBUTR:2009:BI7324
- Rb. 's-Gravenhage 10 januari 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BC8005
- Rb. 's-Gravenhage 30 maart 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AP3637
- Rb. Rotterdam 21 mei 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:4576