Art. 5a WOR, De instelling van ondernemingsraden
Wet op de ondernemingsraden (WOR)
1. Het bij of krachtens deze wet bepaalde is mede van toepassing wanneer een ondernemer op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst of een regeling van arbeidsvoorwaarden vastgesteld door een publiekrechtelijk orgaan verplicht is voor een door hem in stand gehouden onderneming een ondernemingsraad in te stellen. Wanneer de collectieve arbeidsovereenkomst of een regeling van arbeidsvoorwaarden vastgesteld door een publiekrechtelijk orgaan de ondernemer niet langer verplicht tot het instellen van de ondernemingsraad, houdt deze van rechtswege op te bestaan bij het eindigen van de lopende zittingsperiode van die raad, tenzij de ondernemer toepassing geeft aan het tweede lid.
2. De ondernemer kan voor een door hem in stand gehouden onderneming, ten aanzien waarvan niet of niet langer een verplichting bestaat tot het instellen van een ondernemingsraad, besluiten vrijwillig een ondernemingsraad in te stellen of in stand te houden. Het bij of krachtens deze wet bepaalde is van toepassing, zodra de ondernemer dat besluit schriftelijk heeft meegedeeld aan de bedrijfscommissie. De ondernemer kan deze ondernemingsraad op grond van een belangrijke wijziging van de omstandigheden opheffen bij het eindigen van de lopende zittingsperiode van die raad. De ondernemer deelt zijn besluit tot opheffing van de ondernemingsraad schriftelijk mee aan de bedrijfscommissie.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof 's-Hertogenbosch 25 september 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BB4967
- Hof 's-Hertogenbosch 30 oktober 2002, ECLI:NL:GHSHE:2002:AF2807
- Hof Den Haag 25 januari 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:42
- Rb. 's-Hertogenbosch 15 juli 2008, ECLI:NL:RBSHE:2008:BD7538
- Rb. Noord-Holland 10 juli 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:6778
- Rb. Limburg 24 oktober 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:10160
- Rb. Breda 20 februari 2002, ECLI:NL:RBBRE:2002:AD9736
- Rb. Almelo 30 augustus 2010, ECLI:NL:RBALM:2010:BN5579
- Hof Amsterdam 10 februari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:625