Art. 409 Sv, Hooger beroep van uitspraken
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. Nadat hooger beroep is ingesteld, zendt de griffier van de rechtbank de stukken van het geding zoo spoedig mogelijk aan den griffier van het gerechtshof.
2. Indien hoger beroep alleen door de officier van justitie is ingesteld, geschiedt de inzending niet of wordt aan haar, heeft zij ten onrechte plaatsgehad, geen gevolg gegeven, dan nadat het beroep aan de verdachte is betekend.
3. Is het hoger beroep door de officier van justitie de verdachte niet in persoon betekend, dan vindt het tweede lid overeenkomstige toepassing, zolang de termijn voor het instellen van hoger beroep voor de verdachte niet is verstreken dan wel, indien de verdachte inmiddels hoger beroep heeft ingesteld, zolang de termijn voor het indienen van een schriftuur als bedoeld in artikel 410 niet is verstreken.
4. Indien de officier van justitie hoger beroep heeft ingesteld tegen een vonnis waarbij de verdachte van de gehele telastlegging is vrijgesproken, terwijl het vonnis is gewezen nadat de dagvaarding of oproeping om op de terechtzitting in eerste aanleg te verschijnen of de aanzegging of oproeping voor de nadere terechtzitting aan de verdachte niet in persoon is gedaan of betekend en zich geen andere omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was, geschiedt de inzending niet of wordt aan haar, heeft zij ten onrechte plaatsgehad, geen gevolg gegeven, dan nadat het hoger beroep aan de verdachte in persoon is betekend.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 2 juni 1992, ECLI:NL:HR:1992:AB8028
- HR 3 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7417
- HR 29 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU4803
- HR 21 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:476
- Conclusie A-G Aben 11 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:80
- Conclusie A-G Vellinga 16 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL9062
- HR 9 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:563
- Conclusie A-G Frielink 12 november 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1219
- Conclusie A-G Spronken 15 juni 2021, ECLI:NL:PHR:2021:823
- Conclusie A-G Hofstee 12 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:15
- Conclusie A-G Harteveld 9 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:305
- Conclusie A-G Bleichrodt 19 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:139
- Conclusie A-G Machielse 6 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1502
- Conclusie A-G Knigge 29 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2300
- Conclusie A-G Spronken 8 oktober 2013, ECLI:NL:PHR:2013:2022
- Conclusie A-G Machielse 3 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV7417
- Conclusie A-G Vegter 15 december 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BK2123
- Conclusie A-G Wortel 16 januari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ3289
- Conclusie A-G Fokkens 19 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ1702
- Conclusie A-G Vellinga 20 juni 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV7250