HR 21 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:476

Afstand aanwezigheidsrecht, art. 409. 4 Sv. Is de verdachte op de hoogte gekomen van het door de OvJ ingestelde hoger beroep? In het onderhavige geval had de vte rekening moeten houden met de mogelijkheid dat de OvJ in hb zou gaan tegen de vrijspraak in eerste aanleg, zeker nu aldaar door de Pr aan de OvJ is medegedeeld dat zij binnen veertien dagen hb kon instellen tegen die vrijspraak. Met het oog op de mogelijkheid van hb door de OvJ had de vte de in het maatschappelijk verkeer gebruikelijke maatregelen dienen te nemen om te voorkomen dat hij van het instellen daarvan en van de datum van de tz in hb onkundig zou blijven. In dat licht bezien en in aanmerking genomen dat de vte, die ter ttz in eerste aanleg werd bijgestaan door een raadsman, zich kennelijk niet bereikbaar heeft gehouden voor zijn raadsman, is het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van het hof dat aannemelijk is dat de vte geen prijs stelt op berechting in zijn tegenwoordigheid en dus vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht, niet onbegrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken