HR 12 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AW2522

1. Aanwezigheidsrecht. 2. Geen belang bij klacht over bevel gevangenneming. Ad 1. Indien verdachte niet ter terechtzitting verschijnt hoewel de dagvaarding aan hem met inachtneming van zijn GBA-adres op wettige wijze is betekend, kan de rechter - behoudens duidelijke aanwijzingen van het tegendeel – uitgaan van het vermoeden dat verdachte van zijn in art. 14.3.d IVBPR en art. 6.1 EVRM besloten recht om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht vrijwillig afstand heeft gedaan. Zowel bij appèl verdachte als bij appèl OvJ dient de rechter rekening te houden met de waarschijnlijkheid dat verdachte van zijn aanwezigheidsrecht gebruik wil maken (HR NJ 2002, 317). Van de verdachte die een rechtsmiddel heeft ingesteld en die prijs stelt op berechting op tegenspraak mag worden verwacht dat hij de in het maatschappelijk verkeer gebruikelijke maatregelen neemt om te voorkomen dat de appèldagvaarding hem niet bereikt of de inhoud daarvan niet te zijner kennis komt. Dat mag ook worden gevergd van de verdachte die geen rechtsmiddel heeft aangewend, maar op de hoogte is van het OM-appèl. ’s Hofs oordelen dat de inleidende dagvaarding en de appèldagvaarding met inachtneming van verdachtes GBA-adres, op wettige wijze zijn betekend, worden in cassatie niet bestreden. Nu de gedingstukken geen aanwijzingen voor het tegendeel behelzen kon het hof uitgaan van het vermoeden dat verdachte van zijn recht om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht zowel in eerste aanleg als in appèl vrijwillig afstand heeft gedaan. De enkele omstandigheid dat niet verdachte, maar het OM appèl had ingesteld, maakt dat niet anders, in aanmerking genomen dat de stukken inhouden dat de aanzegging hoger beroep aan verdachte in persoon is uitgereikt, zodat, naar het hof kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld, verdachte op de hoogte was van het OM-appèl. Ad 2. Verdachte mist redelijk belang bij klacht over bevel gevangenneming. Nu de HR ’s hofs arrest uitsluitend vernietigt wat betreft de opgelegde gevangenisstraf met vermindering daarvan, zal de gevangenisstraf met aftrek van het voorarrest ex art. 26.a Sr ingaan op de dag van de uitspraak van de HR.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen