Conclusie A-G Machielse 3 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV7417
1. Art. 51 Sv. 2. Art. 409.2 Sv. Ad 1. De raadsvrouwe stond de verdachte in e.a. bij. De OvJ ging in h.b. Het bijstaan in e.a. geldt tot het moment de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan dan wel daartegen een rechtsmiddel is aangewend. Het Hof behoefde daarom niet te onderzoeken of de raadsvrouwe een afschrift van de akte rechtsmiddel had ontvangen of op de hoogte was van het tijdstip van de behandeling van de zaak t.t.z. van het Hof. Ad 2. Art. 409.2 Sv, het betekenen van het beroep van de OvJ aan de verdachte, strekt ertoe de verdachte tijdig op de hoogte te brengen van het door de OvJ ingestelde h.b. De appeldagvaarding is i.c. ruim 2 mnd voor de tz.in h.b. aan de verdachte i.p. uitgereikt. Het Hof kon daarom aannemen dat aan de strekking van art. 409.2 Sv was voldaan en behoefte er geen blijk van te geven te hebben onderzocht of aan art. 409.2 Sv gevolg is gegeven.
De uitspraak op rechtspraak.nl